Breendonk Memorial

De oprichting van het gedenkteken

Het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk is in 1947 bij wet opgericht. Hoewel niet alle Belgische politieke gevangenen tijdens de bezetting in Breendonk zijn opgesloten, zorgde de duistere reputatie van het voormalige Auffanglager er wel voor dat de wetgever van Breendonk een blijvend symbool wilde maken ter herinnering van al diegenen die tijdens de oorlog hebben geleden of om het leven zijn gekomen.

Op 11 juni 1946 legt de socialistische volksvertegenwoordiger Gaston Hoyaux een eerste wetsvoorstel neer bij de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers.  Als oud-gevangene van Breendonk en het concentratiekamp van Buchenwald drukt hij de wens uit om op de resten van het fort, op deze “heilige plaats”, een “Monument ter herinnering en erkenning” op te richten.  Deze plaats zou “een actief en permanent centrum van brede burgerlijke propaganda” moeten worden.

Het wetsvoorstel volgt het traditionele wetgevende parcours: bespreking in de commissie van Landsverdediging, bespreking van de amendementen, goedkeuring in de Senaat.  Op 10 juli 1947 neemt de Kamer van Volksvertegenwoordigers de wet aan met absolute meerderheid (167 stemmen op 169, twee volksvertegenwoordigers onthouden zich).

Op 19 augustus 1947 ondertekent Prins Karel de wet tot de oprichting van het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk.  Het Gedenkteken wordt een autonome publieke instelling, beheerd door een raad van bestuur waarin oud-gevangenen of hun rechthebbenden ruim vertegenwoordigd zijn.

De wet legt op duidelijke wijze de dubbele opdracht van het Gedenkteken vast: aan de ene kant « te waken over de bestendige bewaring van de gebouwen en werken van het Fort », en anderzijds « alle nuttige maatregelen te nemen opdat het aandenken van het Fort van Breendonk alsook van de gebeurtenissen die er plaats vonden, levendig blijven in de geest van de Natie, haar burgerzin aanwakkere en de vaderlandlievende opvoeding van de jeugd bevordere ».  Van bij het begin legt de wet de pedagogische opdracht van het Gedenkteken vast.

Op 16 oktober 1947 verschijnt de lijst met de namen van de eerste beheerders van het pas opgerichte gedenkteken. Tussen hen bevinden zich de volgende oud-gevangenen van Breendonk of hun rechthebbenden:

Georges CANIVET (voorzitter van de Vereniging van Oud-gevangenen van Breendonk),

Gaston HOYAUX (auteur van het wetsvoorstel, oud-gevangene van Buchenwald en Sachsenhausen),

Jules JODOIGNE (oud-gevangene van Vught en Sachsenhausen),

Paul LEVY (journalist bij de nationale omroep I.N.R.),

Xavier RELECOM (oud-gevangene van Sachsenhausen),

André SIMONART (professor aan de Universiteit van Leuven, oud-gevangene van  Buchenwald),

Albert VAN ROY (gemeentesecretaris van Willebroek)

en

Hilda SEVENS (oud-gevangene van Ravensbrück en weduwe van de Antwerpse substituut van de procureur-des-Konings Dirk Sevens, die in het kamp van Breendonk overleed aan de gevolgen van zware foltering).

Verdere evolutie en oprichting van het WHI.

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies. 

error: Content is protected !!